(Hoog)begaafdheid en perfectionisme

shutterstock_3806533(Hoog)begaafdheid en perfectionisme
Je hoort vaak dat perfectionisme onder (hoog)begaafden vaker zou voorkomen. Of dat klopt, is lastig te zeggen. In een onderzoek onder 600 begaafde en 400 ‘reguliere’ leerlingen vond Wayne D. Parker in 1996 geen significante verschillen in perfectionisme. LoCicero en Ashby concludeerden in 1999 daarentegen dat perfectionisme wel vaker voorkwam onder begaafde leerlingen, maar dat ze hier over het algemeen geen last van hebben. Wat de waarheid ook is: mogelijk komt perfectionisme wel sterker naar voren onder (hoog)begaafden.

De combinatie van perfectionisme en hoogbegaafdheid heeft zowel voordelen als nadelen. Als ervaringsexpert merk ik dat het me helpt om mijn persoonlijke doelen te halen, mijn zelfdiscipline bevordert en heeft gezorgd dat ik zelfs gedurende een klinische depressie nog (summa) cum laude wist af te studeren. Anderzijds raak ik snel gefrustreerd als mijn plannen niet goed gaan, ben ik faalangstig (al heeft dat geen invloed op mijn prestaties) en leg ik de lat soms (veel) te hoog voor mezelfshutterstock_45904465

Bij (hoog)begaafde, perfectionistische kinderen zie je dat hun perfectionisme vaak tot faalangst leidt en soms zelfs tot een volledig onvermogen om taken en opdrachten uit te voeren. Het kind is dan zó bang om te falen, dat hij of zij niet eens meer durft te beginnen. Dat is erg vervelend om te zien! Hier een aantal tips voor ouders/verzorgers (en leerkrachten) met een (hoog)begaafde, perfectionistisch kind.

  • Geef complimenten voor gedrag, niet voor resultaat. Dus als een kind hard heeft gewerkt aan een tekening, kun je zeggen: “Wauw, wat heb je daar hard aan gewerkt. Ik zie dat je er veel tijd en energie in hebt gestoken. Goed zeg! Vertel eens over je tekening.” En niet: “Wauw, wat een prachtige tekening!” Zeg je dat laatste, dan zijn er twee mogelijk reacties van het kind. Vind zij de tekening zelf ook mooi, dan internaliseert zij de gedachte: ‘Ik word beloond als ik mooie tekeningen maak. Ik moet dus zorgen dat al mijn tekeningen mooi zijn.’ Een onmogelijke opgave. Vind het kind de tekening zelf niet goed gelukt, dan neemt ze jouw shutterstock_92963407compliment niet serieus (‘Je ziet toch ook wel dat het niet perfect is!’) en al je volgende complimenten misschien ook niet meer.
    .
  • Geef duidelijk jouw verwachtingen aan. Als je je zoon of dochter een opdracht geeft, vertel dan ook wat jij verwacht. Anders heb je kans dat hij de lat zelf een stuk hoger legt, wat kan leiden tot grote frustratie. Als het niet meteen lukt, is de kans groot dat hij het in woede of verdriet opgeeft. Dit is ook iets dat erg nuttig kan zijn voor leerkrachten op school. Bij kinderen die slecht tegen hun verlies kunnen bij spelletjes, zou je dit (in overleg met het kind) kunnen trainen: spreek met elkaar af dat het kind 1 of 2 keer opzettelijk een fout maakt in het spel. Dit is vreselijk moeilijk voor perfectionistische kinderen!
    .
  • Neem een stapje terug. Probeer samen met je kind een stapje terug te nemen. Dit is de executieve functie ‘metacognitie’. Als je kind thuiskomt met een toets waar hij geen tien op had en daar verdrietig of boos over is, probeer je samen met hem een stapje terug te nemen. Hoe erg is het nou eenmaal dat hij twee fouten heeft gemaakt? Als je kind een goed gevoel voor humor heeft, kan het helpen om dat provocerend in te zetten: “Heb je TWEE fouten gemaakt? Oh nee, wat verschrikkelijk! Nu zal je nooit je diploma halen. En als jij je diploma niet haalt, dan kun je niet gaan studeren. En dan wordt je nooit minister president en dan breekt ongetwijfeld de Derde Wereldoorlog uit!”
    .
  • shutterstock_78739291Help doelen concreet te maken. Als jouw kind een prachtig kunstwerk op internet heeft gezien en zij wil ook zoiets maken, maar kan dat niet omdat ze nog maar 8 jaar oud is… dan gaat er iets niet goed. Help je kind dus om SMART doelen voor zichzelf te formuleren: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Natuurlijk hoeft dat niet letterlijk zo te gebeuren, maar het zorgt dat je kind een realiteitscheck kan inbouwen als zij een nieuw plan heeft. Als achtjarige op het niveau van een professionele kunstenaar werken is niet realistisch. Bepaal samen wat wel realistisch is, zodat je kind de lat wat lager kan leggen voor zichzelf.

Heb je zelf ervaringen met perfectionisme? Deel ze!

Bronnen:
Wayne D. Parker, 1996
LoCicero & Ashby, 1999

Advertenties

Waarom uitdaging belangrijk is

shutterstock_3347715Uitdaging en (hoog)begaafdheid
Een van de uitspraken die je het meest hoort bij (hoog)begaafde leerlingen is: “Hij of zij heeft meer uitdaging nodig.” Dat klinkt logisch, maar dat voor elkaar krijgen is een uitdaging op zich voor zowel de leerling als de leerkracht. Er zijn verschillende redenen waarom uitdaging op school belangrijk is.

    1. Een kind dat niet uitgedaagd wordt, leert niet. Leren vindt plaats als een leerling werk doet dat net een beetje moeilijker is dan wat hij al kan, maar niet zo moeilijk dat het onmogelijk is. Juist bij (hoog)begaafde leerlingen is deze bandbreedte vaak redelijk smal en dus moeilijker om te bereiken. Te vaak zitten deze leerlingen echter nog in de grote bandbreedte van dingen die hij of zij (van nature) al kan. Is dat het geval, dan is de opdracht voor dit kind niets anders dan bezigheidstherapie. En daar heeft hij of zij school niet bij nodig!
      .
    2. Een kind dat niet uitgedaagd wordt, leert geen strategieën voor het omgaan met problemen of opdrachten waar hij of zij niet zelf uitkomt. Zelf heb op de basisschool één keer meegemaakt dat ik iets niet snapte (staartdelingen). Ik zat toen in groep 7 en raakte volkomen in paniek. Dus ben ik maar in huilen uitgebarsten. Het kwam niet eens in me op om naar de meester te gaan, want ik had simpelweg nog nooit meegemaakt dat ik iets niet snapte. Tja, dat werkt dus niet!
      .
    3. Een kind dat niet uitgedaagd wordt, heeft tevens veel minder gelegenheid om shutterstock_20873776executieve functies (vaardigheden) te trainen. Waarom leren plannen en organiseren als je al je werk van de hele dag toch wel binnen een half uur af hebt? Waarom leren om meteen met een opdracht te beginnen (taakinitiatie) als het niet uitmaakt als je een half uur later begint? En hoe leer je in hemelsnaam doorzetten (flexibiliteit), als alles je de eerste keer lukt? Dat laatste is extra lastig als de leerling ook nog perfectionistisch is.

Reden genoeg dus om voor uitdagend verrijkingsmateriaal te zorgen voor leerlingen die geen of onvoldoende uitdaging uit het reguliere curriculum halen. Toch zijn er twee veelgehoorde bezwaren tegen het inzetten van dit materiaal bij (hoog)begaafde leerlingen.

  • “Hij moet eerst maar eens goed scoren op het reguliere curriculum. Als hij dat nog niet eens kan, hoe moet hij dit moeilijkere werk dan maken?” Dit is een lastige uitdaging voor leerkrachten, want het vereist de vaardigheid om onderpresteren te herkennen en te erkennen.  Juist onderpresterende leerlingen kunnen een flinke boost krijgen van een plusklas of verrijkingsmateriaal, waardoor ze ook meer geduld hebben voor het reguliere, niet-uitdagende materiaal. Een (hoog)begaafde leerling die soms al jarenlang opdrachten heeft moeten maken die onder niveau zijn, ziet er het nut niet meer van in en kan de concentratie niet meer opbrengen om ze serieus te maken. Dus vult hij maar zo snel mogelijk overal wat in, dan is hij er weer van af. Ook voor onderpresterende leerlingen is uitdagend lesmateriaal dus essentieel.
  • shutterstock_69638665“Juf, ik vind het saai.” Dan geef je die leerling uitdagend materiaal, komt ze terug met de mededeling dat het saai is! Alleen betekent ‘saai’ eigenlijk zelden ‘saai’. Veel vaker betekent het ‘moeilijk’, maar heeft de leerling nog niet geleerd hoe je daarmee omgaat. Ze heeft nog niet genoeg kunnen oefenen met punt 2 en 3 hierboven. Voor een leerling die alles met twee vingers in de neus heeft kunnen halen en nog nooit haar hersenen heeft hoeven inspannen, is het lastig als ze opeens geconfronteerd wordt met materiaal dat dat wel van haar vraagt. Simpel gezegd zijn haar hersenen lui, ze willen niet aan het werk gaan want dat kost inspanning. Om die reden is het zaak om zo vroeg mogelijk aan de slag te gaan met verrijkingsmateriaal, zodat de luiheid niet kan toeslaan. Is de luiheid wel al aanwezig, dan is begeleiding in het ‘leren leren’ en aanleren van (executieve) studievaardigheden erg belangrijk. Help de leerling haar achterstand daarin in te halen. De hersenen moet flink getraind worden, net zoals een sporter allerlei spieren traint om haar sport beter te kunnen beoefenen.

Kom je deze problemen wel eens tegen in de praktijk? Alle verhalen zijn welkom!